Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

204

bekend Haagsch musicus, liefhebber van honden, dezer dagen verheugd tot me zei;

.,Ik heb Couperus ontmoet Hij heeft een hond. Nu zullen we wel gauw wat over dien hond hooren !"

Couperus is wars van alle „tendenz" en ostentatieve mystiek. Ik denk in dit verband aan de voorrede van zijn „Verliefde Ezel", waarin hij er voor waarschuwt, dat dit vooral geen tendenzverhaal is. En is er heerlijker symboliek en zuiverder „mystiek" geschreven dan juist deze legende, die gemaakt heet te zijn „pour le plaisir de la faire" ?

Ik heb mij opgemaakt den jubilaris in zijn nieuwe home in De Steeg, het huisje, dat men hem op zijn verjaardag wil schenken, te bezoeken. Hoe zal ik hem aantreffen? Met de grijze das of de zacht-blauwe? Het weer is somber. De Geldersche vlakten liggen daar grauw en verlaten, met hier en daar een grijze vlek van een houtsprokkelaar, van een moederpatrijs bij haar nest....

De trof den schrijver.... aan het verhuizen. Na een week of tien in het hotel te hebben gelogeerd, had de familie Couperus juist heden, beu van het hotelleven, beu van de stad, haar intrek genomen in het, naar eigen ontwerp en naar teekening van mevrouw Couperus gebouwde huisje-aan-den-heirweg. Het was een eigenaardig weerzien: Couperus in sportcostuum, met kuitbroek en sportkousen en een wollen cache-nez om den hals, kwam me op de nog onbelooperde trap tegemoet, en, zoo verzekerde hij later, had hij niet in plaats van een interviewer een gasfitter, architect of electricien verwacht, hij zou me zeker in deze woning in statu nascendi niet ontvangen hebben.

Nu zaten we na enkele minuten, bij een vlammend haardvuur, in de studeer' kamer-in-wording, en verontschuldigde mij de schrijver zich over zijn vuile handen. Hij had zoo juist de groote mahoniekast geboend en gewreven. „Een prettig werk overigens, omdat je er lenig van wordt." '.. >..'-'i

„Gaat u over me schrijven ? Och," en er was iets van moeheid in zijn stem, „ik heb al zooveel over mezelf geschreven. Maar schrijft u over het huis,

over dat heerlijk uitzicht En zijn hand gebaarde naar buiten,

over de weilanden en de boschjes.... „Zijn het niet allemaal schilderijtjes ? Marissen en Mauves .. .."

Even later stonden we op het balcon. Daar beneden lag de tuin: een stapel rotsblokken voor de komende rotspartij, em .... badkuip (die ik eigenlijk niet vermelden mag li, die moet worden ingegraven en die „waterplanten, nymphars en lotos-bloemen, zal bevatten." Couperus' oogen tintelden om de ironie van dit geval. En daar is Brinio, de hond, gespannen wachtend in zijn rieten kennel, tot de baas, de speelsche, levenslustige baas, hem zal komen halen voor een wandeling in de bosschei. Het is een prachtige Duitsche herder en de groote vreugde van Couperus' Geldersche retraite.

We zetten ons nog even bij den haard. En, alvorens het huis te gaan zien, waartoe de enthousiaste bewoner me dadelijk uitnoodigt, waag ik het éen enkele „officieele" vraag te doen.

„Wat, in zijn omvangrijk oeuvre. Couperus' liefste werk is?"

We lachen beiden om de officieele nuance. Toch krijg ik dadelijk het antwoord : „Het zijn mijn antieke evocaties: Een Berg van Licht, Iskander, Comedianten.... Voor zoover een schrijver dan van zijn eigen werk houdt."

Het is de eenige officieele phrase, di- gewisseld wordt We spreken over Couperus' huis in Den Haag, het bekende bovenhuis op den Hoogewal, over Den Haag zelf, dat vrij gemakkelijk van hier te bereiken is ... .

Sluiten