Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

211

zal door den Messias-Impera'or, welke de Hebrejen nog steeds verwachten. Daartoe wordt hij hier voorgesteld} als de laatste koning van den Montsalvat en tevens als de eerste Keizer van het Graal-rijk, dat nit dien tempelburcht j vf} verbreiden over de gansche Aarde. Dit zal plaats hebben, wanneer die Kelk door hem zal worden ontdaan van het Bloed van Christus, m.a.w. wanneer na de verwerping van de pauselijke Genade door de Hervorming, van de konininklijke Genade door de Fransche revolutie, van de ekonomische Genade door den tegenwoordigen strijd tegen de Plutocratie, de Menschheid ook zal bevrijd worden van de kerkelijke, politieke en ekonomische Gratie Gods".

Het zou ons te ver voeren in deze beschouwing, die slechts op Rensburg's arbeid wil wijzen, de toelichtingen van den schrijver verder op den voet te volgen. Rensburg ziet de Menschheid door de eeuwen heen, als gevolg van en evenwijdig aan steeds beter productiewijzen, bewust worden van haar stijgende macht over de krachten der Natuur en der Maatschappij. „De wetenschap zal de theorieën van Marx en Darwin in verband met de verschijnselen der erfelijkheid — die verklaren de z g. toorn Gods — en in verband met de toenemende fysiese en ekonomiese onafhankelikheid van den Mens zó ver doorvoeren dat daarmee vervalt de kerkelike, ekonomiese en politieke Gratie Gods. en hem leiden naar een wereld, waar hij zal staan tegenover de gcddelike macht met meer als een Kind, maar gelijk Ibsen's „Brand" het al wilde: als een Man".

. De vlucht van wetenschap en techniek, van luchtvaart en vooral van draadlooze telegrafie en telefonie (en straks van draadlooze fotografie) zullen de beschaving tot een daadwerkelijk intèr-asterale maken en de gansche Menschheid tot een groote Broederschap, nader tredend tot het Heiligdom, dat dan niet meer het Teeken van Verlossing zal zijn voor de Zwaanridders en wie zij ter hulp snellen alléén, maar voor alle menschen, „bis die Erde geworden ist ein heiliger Riesentempel des Gral!"

III.

G. H. BREITNER.

Een bezoek aan het Prinseneiland.

Amsterdam. 14 Juni. — Het plekje, dat in Amsterdam wellicht het meest den geest van Breitners werk ademt, is het oude Prinseneiland, met zijn grauwe pakhuizen met luiken van waarlijk Breitnersch blauw, met zijn ophaalbrug en zijn schilderachtigen rommel van pakschuiten en sleeperswagens. Men moet het zien in den druiligen schemeravond, als het technisch bravour van het nieuwe viaduct, dat deze gansche buurt loodrecht doorsnijdt, voldoende is verdoezeld en men wachte ook dan nog tot een der spaarzame moderne dienstboden, die' nog in een blauw katoentje met haar boodschappenmand op stap gaat, en een even zeldzaam aapje met spichtigen knol het décor komen volmaken.

Hier liggen de beide reusachtige ateliers, die indertijd voor Breitner werden gebouwd, en die sedert al zooveel bekende schilders herbergden. Wat de a'metingen dier ateliers betreft: ik herinner me nog levendig, hoe ik in den tijd dat Ernst Leijden hier werkte, herhaaldelijk met hem vergeefsche pogingen

Sluiten