Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEDICHT.

Invocatie.

Maat nu de nacht zóó is, Zóó licht van sterren is, Nu wil ik rijzen uit Eigen gebondenheid, Reppen mijn voeten voort Tot Gij mijn spoorslag hoort, Ver over doode rust Tot mijn vergeten lust: Meester, tot U.

Hoor mijn profane beê Voor dit verlicht café, Waar de stads-avond viel, AVekkend mijn doode ziel. Huiv'rend van hoofd tot voet Breng ik U, God, mijn groet. Meester, ik bid.

Tempel van bleeke rouw Is de astrale bouw. Die 'k in vergetelheid, Meester, U heb gewijd — Die 'k nu wil vullen gaan Met zang van levens-aam, Die ik nu kleuren moet Purper van hartebloed. Meester, aan U!

Want nu de nacht zóó is, Zóó licht van sterren is, Nu wil ik rijzen uit Plicht van gebondenheid. Éénmaal U groeten weer Van hóógen trans, o Heer. Daar waar wij eenig zijn: Hemel is U en mijn! Heer, neem mij aan!

Sluiten