Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DE LIEFDE XV.

Omijn schat, hoe zul je dit ooit begrijpen? Als we elkaar liefhebben en „goed" zijn, ben jij open en gedachteloos. Zoodra we gescheiden en „kwaad" zijn (d. w. z. jij, want ik, zoodra je voetstappen verklinken, voel het leven uit me wegvloeien en hol het na, hol het na, en nooit heb ik je méér hef dan juist dan!), als we kwaad zijn, keer je je af, gedachtenloos, omdat te denken, dan, te veel pijn doet. Gelukkige lieveling, dat je nog zooveel afleiding in het leven vindt om niet te kunnen denken, als je niet denken wilt, aan dingen, die pijn doen, zóóveel pijn, omdat ze, gedacht, de hopelooze leegte -toonen van het eenzaam gaan. Ik heb te veel gezien, ik heb te veel gehad om me nog in iets, wat dan ook, te kunnen verhezen en er mijn gemis in te kunnen vergeten. Maar als jij •er bent! Als je er weer bent! Overgegeven, zoo argeloos, zoo "volledig, zoo zonder eenig voorbehoud, zoo vol vertrouwen! Dan springt het in me op, dan juicht het in me omhoog. Dan heb ik levenskracht, en levenswil, —* en zie ik jou slechts als een 'hindernis, als een last, als iets, dat bindt en beperkt, dat beslag legt en tusschen mij en het hoogheerlijke leven staat. Dan schudt ik je van me, niet hard, o niet hard, maar diplomatiek: dan laat ik mijn hart bij je achter, als een vriendelijk, schoon zwijgzaam gezelschap in onze huiskamer — want iets moet ik je toch laten, opdat we niet „kwaad" zullen zijn en je weg zult loopen en ik je weer na moet hollen, en al mijn aandacht weer ontstolen wordt aan de duizend belangwekkende levensdingen — en ik ga, eenzame, naar mijn kroegen, die voor den kunstenaar de „vrijheid" zijn en zet woorden op papier, die mooi zullen klinken als ze worden overgelezen — waarvoor? waarvoor? En als het stokt, en ik ook het futiele van dit -geschrijf inzie, plots als een laatste pijn, die de dood voorafgaat, dan denk ik, dan denk ik: moet ik dan thuis zitten, en een burgerman worden ? Moet ik dan eeuwig babbelen over divans.

Sluiten