Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

222

huis betrokken. En ik bracht je het contrakt met den pianohandelaar en ik hield je voor den gek en zei, dat het niet gelukt was, dat hij méér vroeg, dan ik als eerste afbetaling kon missen. Toen keek je éven teleurgesteld (zoo aanbiddelijk teleurgesteld), en ik dacht: wat heerlijk, dat je zóó aan een piano hecht!, maar dadelijk leefde je er alweer over heen, omdat ik immers bij je was, omdat wij „goed" waren en een hemel als de onze dezelfde blijft of er een piano in komt of niet. Hoe weinig begrijp ik dat op die momenten, dat het erop aankomt: te begrijpen. Ben ik óóit zoo over een teleurstelling/ heengestapt omdat ik inzag, dat onze hemel, onze tweezaamheid van rust en kracht, onze veilige beslotenheid en onze vrede méér waard was dan.... een piano of een duizend woorden meer of minder in de wereld-literatuur?

Ik, die jou dikwijls verweet, dat elke teleurstelling je neersloeg (niet ziende, dat ik het dan was, die faalde jou, mijn alles, omhoog te houden!), ik heb je er vaak.... om geslagen. Jou geslagen, omdat ik niet „werken" kon, niet schrijven kon, niet „mezelf kon zijn.

Groote God, dat nü te denken, nu één woord van jou me méér waard zou zijn dan duizend meesterwerken van de hand van dezen armzaligen eenzame 1

Dit was ons laatste conflikt. Zul je ernaar luisteren, naar wat ik je nu zeggen ga? Hoe „het" gebeurd is? Hoe „het" er was, opeens, dat „het", dat al onze droomen, al onze strijd, al ons denkenen verwachten opeens neerslaat met de helsche bliksem van onze homogene drift ? Luister 1 En weet vooraf: ik wéét, dat jij gelijk, hebt, dat we niet moeten praten, maar leven. Dat is toch te eenvoudig om niet te verstaan. Maar wij menschen van deze dagen, wij moeten alles weten en alles kennen en alles zeggen. Dat is ons lot, onontkoombaar, het lot, dat onze vernietiging bezegelt. En omdat allen over alles praten wat onwaar en voos en erbarmelijk is, daarom moest ook dét gezegd, in dezedagen, dat niet gezegd kan worden. Dat slechts is voor wie het beleeft. En om dit te kunnen zeggen, mijn liefste, o mijn arme, uitverkoren vrouw, onbewust. Onwillig geofferd aan de goddelijke taak, die onzer zielen Ziel te aanvaarden heeft, moeten we leven en niet leven. Leven en niet leven terzelfder tijd.

Het is het vloekwaardigst lot, de goddelijkste onderscheiding.

Sluiten