Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

224

Ik, ik-zelf heb je gedwongen mij op te houden. Het was mijn goddelijke zelf-critiek, die je dwong te treuzelen, te talmen.... En jij.... gehoorzaamde. Arme lieveling. Arme heveling, heb ik je daarom gekwetst, gehoond, gepijnigd?

Nu ben je weg. Je hebt het opgegeven. Je zegt. dat „je leven je méér waard is". En het is niet waar. Je leven is je niets waard. Maar doordat ik praten kon en jij waarachtig bent, speel jij weer de leehjke rol....

Ik ben tot mijn drama gegaan, mijn.... „roeping". Het heeft me gehoond.

Ik ben me in de modder gaan wentelen, als van ouds. Het gemeene blijkt altijd nog gemeen genoeg. Hoe is het mogelijk?

En nu zit ik hier. En jij. ... ergens anders: dapper, dom, gedachteloos.

God erbarme zich over ons.

Is onze taak volbracht? Laten we dan samen sterven. O, mijn heveling, mijn eigen, groote, wijze vrouw..

II.

Het is me een troost nu voor je te kunnen schrijven.

Ik weet toch alleen maar wat je voor me bent als ik je mis. En alleen wetende wie jij bent, o mijn vrouw, kan ik het woord ^vinden, het directe woord, het eenige, dat van waarde is.

Jij. mijn wereld, ik weet, dat we de zinnelijkheid hebben overgeslagen, en dat we daaronder lijden moeten.

Het is mijn opvoeding geweest, die ons die weg deed kiezen.

Zoowel in jou als in mij leeft sterk de kracht, die ons lichaam groeien doet, in verlangen. •— Dezelfde, die alle leven levend houdt.

We hebben er de voorkeur aan gegeven die kracht als iets minderwaardigs achteraf te houden. En zoo is ze minderwaardig geworden, levend en wroetend, rottend en infecteerend in de stiekeme nachtbuurt van onze ziel. En zoo is onze liefde geworden, zoo is ons samenleven geworden een comedie van hoogheid. Telkens bedreigd van binnen uit, door iets waarachtigs, dat niet werd erkend, en uitgroeide tot een wonderlijk gedrocht, vér over zijn eigen grenzen. Dat, normaal van oorsprong.

Sluiten