Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

232

zooals er weinigen bekend zijn. In Een Leven in Vogelvlucht (le deel, blz. 226 e. v) vertelt Johan Alberts maar even zijn eigen leven of het zoo niets is, zóó zijn hart tot op den bodem ledigend, als geen Katholieke biechteling het inden biechtstoel eerlijker en vollediger zou kunnen doen. Alleen : de biechtvader is hier het publiek, en dat maakt den durf heel wat grooter. Welk een heerlijk leven, zou ik bijna uitroepen onder het lezen, maar ik heb nooit de vernederingen van de naar uien en jenever riekende slaapstee gekend, waarvan hij b.v. op blz. 51 (2e deel) schrijft, en heb dus mooi praten. Hij was toen: „Uit legitiem domicilie gevlucht voor koninklijk gezegeld dwangbevel, ten name van mij, letterkundige, ter vordering van den heer Gemeente-ontvanger in een vroegere woonplaats, ter vervolging en voortzetting van den heer Gemeente-ontvanger te Amsterdam." Schrik hier niet te veel van, fatsoenlijke lezer. Morgen ontmoet gij dien slaapstee-schooier met de afgetrapte broek en den schoen zonder zool opeens als een keurigen gentleman, tiré a quatre épingles, bleek en aristocratisch, aan het diner in Restaurant Royal, waar de Ober denkt, dat hij een aan de Sovjet ontsnapte Russische grootvorst is.

„Ik kan slecht geld leenen en slechter geld verdienen Ik ben een mensch van legaten en toevalligheden. Ik leef slechts in het Nu. Ik denk niet aan gisteren of morgen en ben der menschheid een voorbeeld van het los zijn van elk finantieel bezit. Het is niet altijd zoo geweest, maar voor het oogenblik is het zoo".

Zoo iemand is in onze maatschappij „onmogelijk", niet waar? Hij is, zoo ge wilt, mislukt in de maatschappij, en alles wat hij begonnen is, groot opgezet, is dan ook mislukt zoolang hij het had. In een periode van legaten heeft deze all-round een Maandblad opgericht, De Kroniek, en daarbij zóó met geld gesmeten en zich zóó laten exploiteeren en afzetten, dat in eenige maanden tijd een goed burgermansfortuin er mede naar de maan was. Men kan deze episode vinden in Een Leven in Vogelvlucht. Als een ander zijn gansche fortuin kwijt is, wordt hij radeloos, schiet zich misschien voor den kop. Deze onmaatschappelijke schrijft er alleen van: „Dan de financieele krach. Wat nood! Het doel is bereikt. Zijn geest zoekt toch alreeds iets anders. Laat andere, verstandige, en meer levensvatbare menschen met zijn winst gaan strijken. Het deert hem niet."

Tracht niet, dezen als een vogel zoo vrijen „enfant de Bohème" tot een geregeld burgerbestaan te dwingen, zooals zooveel letterkundigen. Hij zou niet meer kunnen zingen evenmin als een nachtegaal in zijn kooi. Er zijn mooie menschen, die alleen in bandelooze vrijheid kunnen leven. Deze all-rond is eens redacteur geweest aan een der grootste bladen van Batavia, hij werd goed betaald en had „vooruitzichten." Op een frisschen morgen was hij verdwenen. En 'twas mooi, dat hij nog een briefje achterliet. Hij kon 't niet meer uithouden. Hij was naar Singapore gevlucht voor dit geregelde leven. Zonder een sou natuurlijk. Wilde verder de wijde wereld in....

„Tot een benepen en burgerlijk bestaan gedwongen", schrijft hij (bb. 237, le deel), „voelt hij zich terneergeslagen en van God en wereld verlaten. Tot hij het nooit volprezen Bohême-leven leert kennen. Er zijn beste vrienden maakt, er de eenige, waarachtige en volkomen menschen vindt, en gelukkiger en onstuimiger is dan ooit Mier, m ebt leven, worden de groote ideeën geboren. Hier leeft men boven de aarde en haar benauwenis. Wie dit leven kiest is machtiger en krachtiger dan iemand anders, ook al is zijn eenig meubilair een gebarsten kachel, twee schilderijen, een stoel en tafel, en een bed."

Men begrijpe mij nu goed. Het is niet ómdat hij een all-round Bohémien is,

Sluiten