Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

weelde dan in wildernis, en de kuif kruifde en kroesde naar achteren weg in fijn gekrul. Alleen de kanten kort, gemillimeterd, en als scheiding een wit ravijn, waar het golven in andere richting ging. Zijn das had hij net weer verloren: dan wandelde hij opgewekt naar huis, terwijl een trem met een losse das er in verder reed.

....En opgevoerd, opgevoerd was de bouw, tot ver over 't menschelijk bereikbare. Hij, op de hoogste trans van zijn constructie, dat hij God bijna een hand kon geven, wist geen steen meer aan de wereld te ontlok* ken — de eisch der verbeelding was het denkbare boven 't hoofd gegroeid, zijn brein kón de grenzen niet verwijden — hij werd geslagen door machteloosheid, hij werd vernietigd door afmatting. Daar wankelde de

bouw.... hij greep zich vast aan de stellage die

langzaam overstag ging, en om zeilde. Hij ging met een boog naar de grond — hij zag de grond op zich afko* men, dacht even hoe het zijn zou als zijn oog werd uit* gescheurd door prikkeldraad — voelde ook dat de smak zacht zou zijn.... en zat dan doodmoe op de vloer. Toch glimlachend, meewarig om zich zelf. En spijtig zeggende: „Zoo gaat het altijd weer. Het begint met realiteiten, en het end is absurd. Alle begin is dwaas en overbodig". Was het met zijn weekblad niet krek eender gegaan? En met alles waar*i voor gevoeld had? Hij zag het duidelijk in.

Als H.B.S.'er had«i al eens in de groote pers geschre* ven, en na 't eindexamen had*i z'n richting moeten nemen. Had altijd het meest voor litteratuur gevoeld — maar die keus zou onvergeeflijk geweest zijn: zelf* kunnen*schrijven en dan letterkunde*college gaan loo*

Sluiten