Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

verzorgd uitziend politieagent maar over het trottoir wandelde om op denkbeeldige vergrijpen te letten, als

de gevels maar architectuur vertoonden dan mochten

ze achter die muren elkaar vertrappen om een cent, dan mochten troepen menschen in oorlog worden afgemaakt, dan mocht het maatschappelijk stelsel heele volksgroe* pen de das omdoen.

Zoolang dergelijke bedreigingen boven z'n bestaan hingen, woud niet voor de toekomst daarvan werken. Hij wou leven als een plant in een donker hoekje, zich nergens om bekommerend dan om eigen verborgen bloei. Van z'n gemoedsleven de bloei, van z'n verbeel* ding.

Het was inmiddels donker geworden, en kil op z'n kamer; Theodorik merkte dat pas toen hij uit het roezen gewekt werd door de gong voor 't middagmaal. Toen hij binnenkwam in het licht — onder de monumentale donker*oranje lampekap was het felle lichtvlak van zui* ver blank damast met het geglans van tafelzilver en kristallen messenleggertjes — zaten de anderen al elk aan een kant van de disch zwijgend te wachten. De heer Parkzomeren met een misnoegde trek over het iets zie* kelijk gezicht, veel groeven er in, met naast zijn bord het avondblad, de Nieuwe Courant, die hij bij Theodo* rik's verschijnen op 't buffet wipte. Mevrouw, bleek uit* ziend bij haar donkere dracht, iets lijdends vandaag ook door hoofdpijn, knikte hem toe. Ze was mijnheer Park* zomeren's tweede vrouw, en Jo's moeder — hebbend Theodorik de zijne kort na zijn geboorte verloren; hij praatte aan tafel gewoonlijk met mevrouw, daar de ver*

Sluiten