Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25

stelling om de gewaarwording van de werkelijkheid. Tot ineens een vleug van vreugde aankwam, van herinne* ring. Dan voelde hij zich rijk van binnen, hij droeg stil in zich bronnen van verrukking; teer zweefde lang nog een zacht waas van weeldelicht om zijn hoofd, als geel fluweel. Het leven was toch mooi soms, dacht hij dan. En legde peinzend zich te slapen, en droomde die nacht niet.

Hij was ineens tot een besluit gekomen en sloot een laadje van het schrijfbureau open, haalde er een pakje papieren uit. Bekeek de buitenkanten één voor één, bleef dan weer kijken in het roode haardvuur, dat heel zacht gonsde. Hij luisterde de verte in. Weldra begonnen zwe* vingen zijn zenuwen te spannen, verre suizingen kwa* men op, steeds sterker spattingen van geluid gelijk bij brekend zeepsop. Zijn zenuwen werden strak getrokken tot de grootst mogelijke gevoeligheid, zijn geest werd mee«aangezet en er ontstond een hooge graad van voor* stellingssintensiteit. Hij zag zich in Apeldoorn terug, het was April van een paar jaar geleden. Toen, na de koffie, waren ze over een fietstocht van een heele dag gaan praten en naar deelnemers gaan omzien. En toen had Diederik 'em gevraagd of*i kennis wou maken met de nieuwe clubgenoot, die er pas was komen wonen. Erg praterig was ze niet, en in zoo ver geen aanwinst, dat ze op Zondag niks aan d'r hadden, doordat ze zoo kerksch was. Maar als4 wilde, mocht hij zich met 'er bezig houden. Anders zowi misschien als eenling mee* rijden. Dan zouden de meisjes, Dierk's zus Ella met 'er vriendinnen, haar wel uitnoodigen. Zoo was het ge*

Sluiten