Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29

luiden. Overal gingen deuren los en ernstige menschen kwamen door alle straten. Stil trokken ze op naar het wonder. Hij had ze benijd en bedroefd gedacht: wat zijn wij, modernen, arm

En in zijn later boek was de hoofdpersoon katholiek geworden. En had*i die zijn gezonde zinnelijkheid laten stillen aan een frisch, ronduit boeremeisje. Maar dat was meer dan een jaar later geweest, in de lente, dat*i die roman bouwde. Maar die Kérstnacht had*i aan Diederik geschreven. De lawine kwam een maand daarna. Toen het al voorjaar leek.

Hij kreeg het gevoel weer van die buiige Februari* dagen.

Hunkerend had*i elke dag na schooltijd uit het dak* venster gehangen, hunkerend naar de lente met een hei* densch verlangen. Starend over 't vochtig zwarte bosch naar de zoele wolken met het dampige licht, met de oogen vogels volgend die hoog door losse luchten dool* den. Wat was tóen de belofte sterk geweest van nieuwe tijden!

Toen die ochtend de brief van Diederik gekomen was! Hij had die nog net kunnen meenemen naar school, hij was met de trem gegaan om de regen. Hij was

de zinnen doorgevlogen hij voelde bij het begin al

dat*i 't wist, maar dorst het niet te denken wat een

mengeling van angst en vreugde daar was het geko*

men, het genótrijke nieuws, de verrukking, de zaligheid!

De heele morgen had*i z'n hoofd niet bij de school* boel kunnen houden, had*i schijnbaar zitten suffen, maar innerlijk vol feestgevoel, en had*i soms de oogen moeten sluiten om z'n blije blije waanzin niet uit te flon*

Sluiten