Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36

dichtwerken waar*i zichzelf over verwonderde. Eén van die brieven was voor Diederik bestemd geweest, maar op 't laatste oogenblik niet verzonden. Hij had opeens de indruk weer van racen*als*een*gek langs 't water — hij wou die opgewelde brief nog eens heelemaal lezen. Dit donkere papier met dikke zwarte letters was het. Van Paschen van dat hoogtijjaar.

Beste Dierkl Gister heb ik je brief gekregen en ik dank je voor al het nieuwe. Ja, 't is bloedjammer dat Rusland weer tegenslag heeft — maar laten we naar de zonkant kijken.

Omdat jij me zoo eerlijk met je avonturen op de hoog* te houdt en we afgesproken hebben elkaar elke dag in deze vacantie te brieven, ga ik je hier het verslag van vandaag neerpennen. Op dit oogenblik éta ik op sprin* gen: het is een woest werken, vuurschroeien en vlam* loeien, een hittegolven in de vulkaan, de spanning neemt toe, direct komt het openbreken, de uitbarsting, de bulderende ontploffing, en dan koldert*boldert rood van de vuurzuil met zwart van de rookkolom de hoogte in, en bij dit gebeuren zul jij tegenwoordig zijn! Maar ik zal het temperen, ik zal het temperen, anders zou jij meenen, dat ik heelemaal in waanzin ben. En daarna zal het laaien bedaard zijn, de gloed gedoofd, en in me is een somber, duister, hol, leeg en zwart; het zal me spijten, dat ik alles tegelijk heb laten ontsnappen, maar dat móest, en nog dagenlang zal ik telkens luid oplachen

om die dwaasheid totdat een andere sensatievonk

v weer aan 't gloeien brengt. —

Ik sta weer in vuur en vlam! Dat zegt niks. Ik sta in

Sluiten