Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53

vaak te wandelen voorbij Overbosch, en had dan vaak meer aandacht aan de natuur gewijd dan aan de her* denking van het mooie dat met Line in verband stond. Had zich soms afgevraagd of*i wel van haar hield. Dan dacht*i, dat als ze hem nou es afschreef, hem dat niks zou kunnen schelen. Ja tóch wel. Maar wat had* den ze aan elkaar, zij die 120 kilometer van elkaar af woonden, die elkaar niet veel meer dan twee van de twee*en*vijftig weken konden zien?

Pinksteren was het mooiste samenzijn met haar ge* weest. Wanneer*i aan de eerste brief terugdacht die zijn gouden eeuw had ingeluid, de brief van Diederik met de onthulling, dan zag*i zichzelf wild beenend door de plassen van het Bosch. Herinnerde hij zich de eerste brief van Lien, dan zag*i zich tot in het onein* dige op z n kamer om de tafel loopen. Dacht*i aan de fietstocht naar Rotterdam, dan was er ineens voorbij* strepen van groene velden; was het de samenkomst met Lien aldaar, dan voelde hij zich weer in de electrische spoor zitten. En zoo was de grondherinnering aan de tocht naar Haarlem een zonsondergang met buitenge* woon intense kleuren. Zooals twee andere episoden uit dit tijdvak in het geheugen gehecht waren door een dolle treintocht en het zitten op een heuvel in volkomen stilte.

Met Pinksteren waren ze die avond samengekomen bij de begraafplaats te Haarlem, donker overlommerd en zwart van rust, een echte Friedhof. En een stil pad gegaan, een heel erg achterweggetje. Langs starende slooten waar goudglans op lag, met in het kroos natte

Sluiten