Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

72

warreling van lichtjes helder bellend langs elkaar schuiven, terwijl de auto* en motorhoorns hun lang* gerekte zangtonen aan elkaar doorgeven. Beide trot* toirs zijn vol gewandel en geklater; er boven bollen de electrische ballonnen violet, hoog weerzijds voort* gaand tot de einder; een witte achtergrond van schelle lichtschijn van de etalages en de café's van de galerij, met in het aandonkeren er boven de badhotels massief opblokkend: Kurhaus bruin en oudrood, Duitsche burcht; Palace rank en glad en blank en Engelsch.

De kinderen zijn bij het kruispunt blijven staan, door 't hoekcafé gaat een geraas van praten, lachen en geklink van glaswerk — dén stijgt een klaagtoon op, muziek! achter een vleugel russchen kweekgroen, gloeilampjes bij de notenbladen op de standers, begin* nen smokings te wiegen en de violen gaan hartstochte* lijk vibreeren, zwellingen en zwevingen gezongen klonk, als plots klavierakkoorden onafhankelijk wor* den, doloroso vervloeit en staccato*klanken uit de me* lodie opklimmen.... De jongen en het meisje staan er totdat de zuidelijk*donkere hartstochtweelde, na een laatste overspannen opstandspoging, als een op* gejaagde stofwolk eindelijk is gaan liggen.

Met glinsterende gitzwarte kijkers, de roode mond vooruitgestoken, zegt ze dan: „Mooi hè?" en wil op 't volgende muziekstuk wachten. Kittig opgewekt lacht ze tegen zijn blond gezicht, door zonnewinden bruin geroosterd, met de krachtblauwe oogen beneden het verward lokkig haar.

„Dan hebben we geen tijd meer om langs de zee te gaan", merkt hij kalm op met verantwoordelijkheid.

Sluiten