Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

77

spant zich in vriendelijkheid, ze haalt hem aan om 't weer goed te maken. Nou, dan moet je gewoon doen hoor, komt hij tegemoet.

— Was dat niet een echt fijn spel? Ze kéken toch! Maar weet je wat we hebben vergeten: we hadden toen', in het duister, elkaar moeten zoenen! Eenigl

— Raar kind. Broer hoopt maar dat de ouders niet terug zijn.

Op een drafje daarna bij de-trap op en achterlangs de file blinkende automobielen. Nu ze weer op steen staan, krijgen ze met één tik alle energie terug. Opge* wekt en eensgezind stappen ze in de pas in het vio» lette licht.

Bij de promenade zullen ze afslaan naar het Gevers Deynootplein, aarzelen er wachtend voor een aanknap» perende motorfiets met wapperende shawls van het wezen achterop.

Een blonde jongeman ziet opeens het paartje voor zich en verschrikt. Even schokte het in zijn borst, een beklemming stolde in hem, maar het was geen herken* ning, het was een herinnering, een gelijkenis. En de angst dooide weg voor een zacmVwarme genegenheid, een beschermende liefde, die zijn afgunst op anderer jong geluk overgolft. Die fijne, prachtige brunette, nu al (misschien alleen voor kort) van zoo'n blauw jon»

getje Zijn Heveling, grooter, gracieuser, heeft hij

er in gezien; dit Zigeunerinnetje met 'er verrukkelijke donkere krulletjes is het miniatuur van haar. Van haar, die zijn liefdegevoel voor anderen vermoord

heeft dat hij niemand meer minnen kan dan alléén

die mooie bruine zelf, die liefde zonder uitkomst.

Sluiten