Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

omlaag en verdoften eer ze de horizont roerden, ver* gast.

Sinds één uur zag hij Boötes met Arcturus klimmen uit de kim, die weldra scherp als diamanten uitstonden tegen hun rouwrfluweelen achtergrond; bij tweeën kwamen Hercules en de Noorderkroon in zicht.

Er kwam toen ook meer beweging. Haastig vluchtte een oranjebaan neer uit de melkweg; vlak daarna gulpte er een vloed van rood naar beneden, enkele schrale gele strepen daalden rechtstandig, en tóen een flambouw van oranjerood, alsof een fakkel met rosse vlam de lucht door laaide.... als lag een schip in nood te stakelen. Even leek deze nuchter*grijs na het dooven; Theodorik zocht naar het centrum waaruit ze moesten te voorschijn komen, hij meende van russchen Zwaan en Dolfijn in de melkweg.... daar snelde een raket de

hoogte in een gloeiende kool vuurvlakte er oogen*

blikkelijk duizelig*vlug tegenin; één ster golfde wijduit neer als gouden wijn in een beker.

Om drie uur was het hoogtepunt; dan, groot en geel stond Wega in de Lier, een blank juweel. Na drie uur dertig was het nagenoeg gedaan, om drie uur vijfen* veertig gleed er nog één late langzaam uit, daarna geen meer.

Om vier uur ondernam Theodorik de terugtocht; hij had een geduchte verlaging van temperatuur te boeken. In het Oosten stonden dan twee groote blinkers. Er was nog geen spoor van morgenrood: toch werd de lucht bleekblauw, de sterren smoorden in het grijs, het weer werd heiig.

Nog eenmaal keerde hij zich naar de Groote Beer, die

Sluiten