Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

óm de poolster tot een andere houding was gewenteld deze uren; dan stapte hij kloeker aan met metalen ge* klik op de steenen. Hij was huiverig geworden en scheukte in z'n jas. Het werd nog killer, om te jam* meren van armzaligheid. Langs de lanen van Nieuw* Oost*Einde en Nieuw*Oost*Indië bereikte hij eindelijk zijn huis.

Klappertandend kroop hij in bed en verloor het be* wustzijn.

Wanneer hij een zware tocht achter de rug had, kwam er altijd droom. Nooit na vermoeienis door geestelijke inspanning, steeds na lichamelijke afmatting in de buitenlucht. Ook dit keer móest droom komen. Droom kwam. Aldus:

De zon ging onder. Wolken van purperdons verfden het Westen rood van laag tot hoog. Laag smolt de zon in het stortschuimende, schuimstortende zeegroen onder.

Dit zag Theodorik van af een vierkant vlakje, waarop hij stond rechtop..

Het Oosten donkerde al toen hij langzaam was begon* nen te stijgen. En nu rees hij rustig boven de stad uit, boven zijn huis, maar dit was niet te zien: hij zag alleen het stalen plaatje onder z'n voeten, dat omhoog geduwd scheen te worden door een zich regelmatig ontspannen* de veer. Eerst was het een angstige gewaarwording ge* weest: alsof hij alleen in de lucht stond, zonder aan* grijp of houvast; als hij opkeek overviel de ruimte hem met duizelingen en bij 't stijgen voelde hij z'n voethol* ten angst jeuken, en weeë kramp gaan in z'n buik. Maar

Sluiten