Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

106

trekken. Ge zult het ook zien op uw tocht rond de aar* de, hoe het naar het westen tiert, en ook, dat het mensch* dom steeds ongelukkiger wordt.

Het zal beginnen zoodra onze vulkanen brand en bloed braken; ze staan tegenwoordig te proefstoomen en kolderen zwartroode ballonnen uit. Dan komen mu* ren van zee aanheuvelen en plompen alles onder. Wie vluchten kan, snélt weg, ijlt en rent. Allen zetten het op een hollen, en de grond zal dreunen van het galoppee* ren. Wég is onze organisatie, 't wordt een chaos: ben* den, woest van angst, trappen alles onder de voet, en horden vluchters jagen vredige stammen in 't verre westen een doodsschrik op het lijf. Dan begint de struggle for life: er op of d'r onder; het egoïsme vecht en er woeden oorlogen. Hoe meer mannen om te strij* den hoe beter, de bevolking groeit schrikwekkend aan, 't worden wezens van inferieur allooi en die planten voort in razernij; elke geborene heeft de eigenschappen van beide ouders en hij is een staalkaart van de meest tegengestelde aarden. Hongersnood, ziekten en oorlogen maaien massa's weg, en wanneer dan de armzaligen zich af gaan vragen waarvoor ze leven, waartoe hun lij* den dient, dan zoeken ze naar een doel dat kan bevre* digen, naar een reden die hun bestaan rechtvaardigt; ze beschouwen zich als beter als de overige natuur, doordat ze zich er mee troosten dat zij bestemd zijn tot een grootsche geestelijke, maar onbekende, taak; ze gaan die zoeken door te peinzen, ze geven zich aan geesten en vragen deze steun en troost en licht — vergeving, kracht en waarheid — en hunkeren naar luchtkasteelen na het sterven. De dood is een verademing, maar is daarvoor het leven gegeven?

Sluiten