Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114

Theodorik ijlde er over in razende vaart — zwalu* wen deden hem uitgeleide, een stijgende en duikende phalanx in heen en weer waaiende wendingen, melk* blank en blauw, maar moesten achterblijven. Voort over bergen met woeste bosschen, telkens kloven en rawijnen, en riwieren wrongen zich naar zee, soms vier

naast elkaar dan avond, en de Himalaya snel in

aantocht, met de schaduw van zijn hoogste top zich afteekenend tegen de maan. Diep in 't zuiden al de

Golf van Bengalen zichtbaar onder zich Theodorik

de Ganges en de Jumna afgeteekend zag. In Hihdq* stan; — vier duizend voor Christus was het dan gewor* den — met de vier*en*tachtig duizend steden en dor* pen in de vlakte.

Maar het volk dood*stom, gelaten: woedend er hon* gersnood, en die aanvaardend als een gave van hun goden. Zij enkel troost bij het Nirwana. Waar wegens zware regens het volk nog 't frischte was, daar oorlo* gen: bij Pundsjab en Amritsar en Lahore. Hij snelde dan de Indus over, en liet bij Peshawar Vijfstroomenland te*rug.

Zoo ging het over Medië en Perzië. Veel bosschen van citroenen in het maanlicht, maar wantrouwen: de hoofdsteden met zeven gordels grauwe muren elk. Het werd vaag lichter.

Drie duizend voor Christus. Babyion aan de Euphraat rees op. Kloek de handelsgebouwen en han* gende tuinen, blank grootsch de bibliotheken met op hun plat de sterrewachten, waar de voorspellers aan het wichelen waren. Schepen zag Theodorik zeilen door de kanalen naar de Tigris, waar Ninivee in aanbouw

Sluiten