Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

143

muurd kwartier — de wallen dag en nacht bewaakt. En óp die muren zag hij nu vizioenair, bij 't vlammenlaaien in de duisternis, de hostie bloed*droppend gehouden worden tegen het tierend christenvolk beneden.

Dan las hij verder hoe de hostie bloedde als on*devote handen er aan raakten. En dat dat ook gebeurde als de mensch zwaar zondigde Hij ging er heelemaal in op.

Het was hierover dat hij op een nacht een droom had, nadat hij voor 't gaan slapen een wandeling bij volle maan russchen de hooge zwarte boomen had gemaakt. Hij droomde dat hij heel lang motorde, spoorde en wan* delde in verbazend mooi groen gekleurde streken. Ein* delijk werd hij moe en zonder lust. Hij was nog lang niet thuis — hij wou zich tóch niet haasten of ongerust maken, zichzelf zeggende: de maan gaat onder, het wordt al vager, aanstonds lig ik toch weer in mijn bed. Hij ging in de veranda van een uitspanning zitten — waarvoor zou hij zich verder afmatten? — starend over jonge zomerweien naar een aquariumgroene boschrand. Hij vond dat hij niets van het vreemde uit de middel* eeuwen had gemerkt. Daar waren stemmen in het huis

gaan vloeken, gaan Godslasteren en buiten tegen de

muur had een gewond man gezeten, de beenen rechtuit, het hoofd latende hangen. Christus. Theodorik was naar binnen gegaan om de beschonken twisters te doen be*

daren toen was Maria er gekomen met een bloedend

kind op de arm. Met smart was hij daarop ontwaakt.

Oom had aan tafel losgelaten: hij had het opperdruk: arbeidend aan een plan voor spoorwegaanleg op de Wo* dansbank, een hooge plaat in de Noordzee, en zat meest

Sluiten