Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

149

spoortreintjes liepen van een oud kaliber, richting Zutphen en soms langs Lochem Overijsel in, met zijn gebenedijd type locomotiefje. U kent ze wellicht wel: op erge achterlijntjes zijn ze nog in zwang, in actie: rank en wankel, zelfs ietwat gammel, kleur: hardgroen met

een koperen ketel druk sissend zooals thans nog in

't Noorden, Oosten, Zuiden onzes lands. Doch Oom (Oom Kimswerd was mijn oom) had het échte model in de échte omgeving op de IJsellijn ontdekt, en daarom ging hij er 's zomers logeeren, bij nicht Sigara — „om voer te geven aan zijn hunkeren naar Hooger Leven", zooals hij het uitdrukte — toen hij nog een eigen loco* motief had.

Zoo U dit alles wel belang inboezemt, wil ik de feiten wel verhalen. U zette zich dan tot luisteren neer, exquis gezeten bij likeur en rookgerei.

Oom was vroeger als een ander geweest: koopend af en toe een kaartje en zittend in het rijdend rijtuig ach* ter de hap*hap*hap*machine, zonder zich te bekreunen om wissels, overwegen, draaischijven en remises, water*innemen en wachten voor onveilig*wijzende sei

nen en of een losse locomotief daar nou maar stond

omdat*i toch érgens staan moest, óf dat dit het resul*

taat was van tientallen zwart*ernstige berekeningen

't liet hem norsch. Totdat het hem ih droom diep* schokkend*duidelijk was geworden hoe hij (mét zijn kornuiten de medemenschen) roekeloos afgleed naar de afgrond van 't verderf, door onbekend zijn met 't staketsel voorschriften dat elke stap van ons omgeeft. De Hooge Petrus was voor hem getreden, al zeggende:

— Denkt gij er aan Eens rekenschap te moeten geven

Sluiten