Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

152

— Dat is Oom nou.

Hij wou die toen heel erg bekijken, nam een vergroot* glas.... en bleef een tijd verbluft. Dan sprak hij slechts:

— Nou sta ik boven op de tender.

Wij keken, en begrepen dat Oom in het glanzend groene beest een locomotief moest zien.

Oom was buiten zichzelf, kraaiende: „Erica! Erica!" (Hij kende zijn Grieksch niet zoo precies), hij wist nu wat*i wilde! En met protectie*door*connectie heeft=i er een gekregen, een afgereden staatsspoorketel, groezelig maar juist kordaat, een klein*maar*dappere kom*maar* op*en*dan*wil*ik*welleres*puffe. Oom liep er van te malen, maar als t*i tot bezinning kwam, tikte*n*i zich op de borst en verzekerde zich met Schiller's woorden uit „Der Taucher": „Er darf ihn behalten, es ist sein eigen!"

Hier, welgeboren Heer, wenschte ik af te breken tot morgen. Ik moet nu noodig in retraite en dan mee naar een merel helpen luisteren.

Alvast met groeten zend ik U dit eerste gedeelte toe, uw toegenegen:

Deododderik van de Zomerbosschen."

Wat dagen later werd de brief aldus voltooid:

„Geachte Excellentie:

Gelijk wij gezien hebben, bezat Oom thans eene ma* chine, waar hij zeer tevreden over was. „Die moderne monsterieuze staalmassa's zijn wel imposant, maar niet kordaat", zei hij. De massinist was Sjarech, bejaarde Sjarech Geitehaar, en hij rukte Oom hartelijk aan de hand. De stoker mocht niet anders als Piet heeten, zijn

Sluiten