Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

156

ben, hooge heer, minzaam aanbevelend en met hartelijke hoogachting,

Deodaat. (gaarne uw gewillige slaaf).

Theodorik slaagde er niet in, Oom zijn schrifturen te doen lezen — Oom nam ze mee en verzond ze dadelijk in de speciale diensttrommel.

Toen weer wat tijd daarna — het versche nieuwe van de lente was voorbij, 't was al half Mei — Theodorik juist aan het wegleven in 't oude Deventer zou begin* nen, kwam Oom dansend, lachend en hard zingend bin* nen, galmend het lied „De knop van de deur is jarig!", en zwaaide Annetje en Theodorik toe dat ze hem moes* ten volgen. Waarna ze met hun drieën een heele poos om de tafel bleven sjokken, Oom voorop en telkens op* nieuw de deun beginnend. Daarop noodigde hij hen uit, hun stoelen achter elkaar achter die van hem te zetten en er te gaan zitten trappelen.... hijzelf maakte het theeblad leeg, legde zijn pet er op en strekte het met beide handen voor zich uit.... nu moesten ze in tempo trappelen, harder! harder!! en Oom moedigde ze gierend aan, zweepte ze op met circustumult: harra patsjaü harra patsjaü de laatste ronde!! de laatste rit!! Als dit een half kwartier geduurd had en Annetje schuw naar de deur keek of ze er niet door moest om de dweil te halen, bulderde Oom: „op de plaats.... rust!" en gaf een slag tegen Theodorik's boek dat op de tafel lag, dat het de deur uit vloog en bij de trap neer raffelde. Ze moesten er verschrikkelijk om lachen, Oom het ergst:

Sluiten