Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

158

krijgen van stoomtrawlers die er geregeld kwamen vis* schen. Dat was al allemaal voor mekaar, hij had goeie informaties gekregen, 3 Juni staken ze van wal.

Oom bleek alles dus al lang beschikt te hebben. Theo* dorik ging graag mee, een heel verschiet opende zich. Dat had*i niet van Oom gedacht, dat er nog zóóveel ondernemingslust in die ouwe zatl Het was een gelegen* heid op duizenden om es wat van het leven te maken! Maar even voelde hij toch iets als piëteit, ook over An* netje. Dat kind dat bij de gratie mee mocht, terwijl de stumper Oom haar broodnoodig had: hij kon geen knoop zelf aan z'n jas zetten, z'n boterham zelf niet

toonbaar smeren wanneer ze van elkaar gingen, zou

Oom heel wat eerder verkommerd zijn dan zij.

De eerste Juni had Oom de notabelen van het dorp bij zich op de thee genoodigd, tot afscheid. Ofschoon hij nooit veel nota van ze had genomen, waren ze, nu zijn vertrek vlak voor de deur stond, verschenen: de burge* meester en de notaris, de dokter en de dominee: gewich* tige oud*liberalen met groc*stem en verwaten blik en houding, met dubbele onderkin en keelzak. Terwijl Annetje de thee serveerde, moest Theodorik hen bezig houden met over Oom's pensioen te praten, want Oom liep zelf telkens weg om Deventer op te telegrafeeren. Kwam hij dan weer, nerveus, dan plaatste hij een losse mop, roepend: ,Jii*hi*hi, weet u waarom ouwe Vondel vies bij was? Ze gebruikten toen zwavelstokken, en hij noemde een boek al „Lucifer"!" Of: „met wat voor blik looptmoeder in de schoonmaaktijd door 't huis?Hi*rd*hi, met veldheers* en vuilnisblik!" „Want ze houdt veel

Sluiten