Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

179

zeelaarzen aan. De wind zou opsteken bij zonsopgang, verklaarde hij in 't Engelsch, er kon wel storm komen, hij stond aan 't stuurrad in de open lucht, het water

vloog 'em daar om de ooren bij wat hooge zee

Oom gaf order de trossen maar zoo spoedig mogelijk los te gooien. Hij wou mee naar 't kampagnedek, en zette een witte yachtpet op, de stormband om de kin. Ze moesten An de slaapkajuit maar wijzen; Theodorik wou ook boven blijven en de uitvaart zien.

Als hij aan dek kwam, waren de roode lampen van het rek gedoofd en staken er nu zwarte driehoeken en ronde schijven in de grijze lucht. De Waterweg had nog flauwe lichten, de vuurtoren wiekte nog zwak na, maar werd wat later stilgezet, 't Noordoosten was al koste* lijk rose, maar de rivier het land in nuchter grijs. Daar knerpte wat in de hoogte. Daar kwam een klein zwart rechthoekje boven aan 't rek er bij. Er zaten nou twee zwarte ronde schijven, vier zwarte driehoeken, en een zwart rechthoekje. De matrozen in grove blauwe truien met roode ankers op de borst*en«mouwen palmden de druipende trossen door een opening binnen boord, en anderen waren moeizaam de zware zeilen aan 't ophij* schen, met schokjes en met geluid als bij een takel. Het wijde dikke zeil ontvouwde zich en hing grauw in de lucht. Zoo ging Theodorik de kapitein om uitleg vra* gen naar het rek met borden. Die zei, het waren teekens om de diepte van de vaargeul aan te geven, en legde hun beteekenis uit. De waterhoogte was nu 109 deci* meter; de ebstand was meest 95, de vloedstand 114. 't Werd heden hard hoog water, de wind draaide naar

Sluiten