Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

182

op en neer, met groote schommelingen schuin en scheef, de heele zee ging scheef, met alle rookwolken en zeiltjes er op. Theodorik keek achter zich, naar 't eindpunt van de pier met de stellages. Ze waren wegl Daar zag hij de kapitein lachen om zijn ontsteld gezicht, en naar een heel andere kant wijzen. Hij keek: een heel eind af, als op de achtergrond, stonden de kleine dingetjes alleen in zee — de afdraaiende kust er achter, ook al ver. Het

schip ging heelemaal overstag hij greep zich vast en

werkte zich naar 't midden van het dek. Hij hoorde zich wat toeschreeuwen, door de scheepsroeper, heel zwaar en hard vlakbij, maar hij verstond er niks van, 't was in zijn ooren de echo van één scherp gesis van brekend schuim. Het werd herhaald, het was zooiets als „por* poises!" Hij keek naar de kaptein — die wees met de roeper in het water. Theodorik wou naar de verschan* sing, en viel er heen: zóó helde 't dek ineens — daar kreeg hij een smak water om z'n hoofd, een klets die

aan kwam hij was verblind en proefde met alle

zintuigen wee zout, hij tastte naar het midden van het dek terug. Hij rilde er van, en vloekte en spoog, en lachte van de kou; het water snééd je! het water snééd je! Dan steeg hem 't bloed naar 't hoofd en ging het gloeien; hij liep naar een geschutspoort en keek er door. Toen zag hij bruinvisschen. Lang en glad en blauw doken ze uit het water met een boog, met lenig glijdende buiteling; soms joeg alleen een rugvin recht» op door het zeevlak, als van een duikboot de periscoop; twee schoten blazend haast tegen elkaar op, ze schenen onder elkaar door te duiken, ze waren niet te tellen door de wisseling van plek. Als zaten ze op de wip, zoo

Sluiten