Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

190

zee zijn terecht gekomen. Vóór storm konden de klok* ken op de zeebodem soms nog hol*gedempt luiden; mis* schien waren ze wel in de diepte recht voor het huis van hun drieën, op korte afstand het sterk hellende strand af in het water

De eerste Junidagen bleef het zonnig weer. Het was begin Juni, dat wisten ze, dat konden ze in hun denken nog niet doorhalen, maar wel de namen van de dagen. De zon kwam telkens weer boven de zee op en ging in de zandvlakte onder, dan was er weer een dag geweest, het deed er niet toe welke. De „dag des Heeren" zat er niet meer russchen, tot Theodorik's voldoening: 't wa* ren allemaal vacantie«werkdagen. Er was genoeg te doen, en alles prettig en productief. Er dienden een paar bergplaatsen gemaakt te worden tegen 't huis — Anne* tje, druk aan 't ordenen binnen, kon alles lang niet weg* werken — en dan togen Oom en hij op materiaal uit. Dat hadden ze voor 't oprapen: er lagen heele zoomen drijfgoed op de kust, meest overboord geslagen dek* last van de weketijksche lijnbooten over de Noord* zee: manden, matten, kisten fruit en margarine uit Rot* terdam, kisten boter uit Denemarken, met bedorven inhoud. Soms zeevogels die struikelend over het strand scharrelden, de vleugels vol stookolie van schepen. Naar 't noorden lag er bovenal veel bamboe, vuistdikke holle stokken met knoopen er in, aangevoerd uit Zuid* Amerika per Golfstroom om Schotland heen. Dat was vooral best bouwmateriaal. En verder vurenhout, en Noorsche delen. Ze namen samen wel een gezaagd hout op schouder en sjouwden het naar huis.

Sluiten