Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

203

gevolg van het ergerlijk zich voortplanten —

ook tegen uiterlijke overdaad in 't kerkelijk leven, als 't innerlijk tóch was oprecht. Hij wees op Jezus' soberheid. Hij wees op Augustinus: hoe die wel, zittend aan zijn raam, zich poozen kon ver* bazen: wat al die menschen daar toch draafden en

zich druk maakten wie gaf zich rekenschap van zijn

bestaan? Van de geringheid en de tijdelijkheid er van?

Een hoorder, er wel ontwikkeld uitziend, 't leek een clerc, viel de prediker in de rede. Had Augustinus dat gezegd? Direct stapte de ander van de ton, twee hel* pers schoten toe, openden het vat, en bij het flakkeren van de toortsen haalden ze er perkamenten uit, sloe* gen er een van open, en hielden dat de aanmerking* maker voor. Die las, maar wilde zich niet dadelijk ge* wonnen geven: de bedóeling van die woorden moest heel anders zijn! Geert Groote, volstrekt afwijzend, wenkte zijn gevolg; een rechtsgeleerde met getuigen stelde oogenblikkelijk een gerechtelijke vervolging tegen de weerspreker in. Waarna de preeker weer de ton beklom en donderend tegen zijn gehoor te keer ging, hun voorwerpend de nuttelooze inferieurheid van hun leven, bazuinend als een boetgezant, richtend als een profeet, 't Contact met Eeuwigheid en Onein* digheid tot stand te brengen, dat moest gebeuren in dit korte leven!

Theodorik stond met een mengeling van groot genoe* gen en bewondering te kijken en te luisteren: de stem, de sympathieke kop, de zekerheid van spreken, en niet het minst wat er verkondigd werd, bekoorden hem. Toen het verdomming en verdoemenis uitslingeren was

Sluiten