Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

204

geëindigd en 't volk uiteen ging, kwam een jong man van zijn eigen leeftijd naar hem toe, die hij al in 't gevolg van de prediker had opgemerkt. De leerling groette hartelijk, stelde zich voor als Johannes Brincke* rinck, en verklaarde beminnelijk, met een inpakkende charme van stembuiging en lichtende bruine oogen: hij wilde graag zijn kennis maken, gezien hebbend in welke goeie aarde de toespraak van zijn meester bij hem ge* vallen was.

Theodorik wou ook z'n naam noemen, maar 't flitste door zijn brein: het was een heidennaam, beteekenend „machtige onder het volk" in 't Oudgermaansch. En al had*i dan geen heerschmacht over menschen, het duidde dan toch aan dat hij door macht zich van de anderen onderscheidde: door eigen macht van denken en verbeelden, door het zich eigen onwerkelijke levens kunnen scheppen, waarover hij heerscher was. Hij kon

óók heeten zooiets als „van God gegevene" En

maakte zich dan bekend als Deodaat. Zijn vader was een hooge heer bij het bestuur van Holland, in 's Gra* ven Haghe

Dan vatte Brinckerinck zijn hand en voerde hem in 't donker de verdere helling af, een poort door, een brug over, naar een stal. Die ochtend had Meester Geert te Utrecht reeds staan preeken, waar de dom in aanbouw was; des middags afscheid geno* men van de bisschop, waarna ze nog naar hier hadden moeten loopen. Het werd nu slaaptijd: ze zouden morgen bij het krieken van de dag naar Deventer terug vertrekken.

De witte wazen waren op het land, groote dauw*

Sluiten