Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

221

meesleepend, op 't huis aan en het er de boel achter. Dan liep hij naar de zwarte houten kaap, een soort van open kegel, waarvan alleen de top was dichtgetimmerd, wat een hokje moest zijn. Hoe kwam*i er eigenlijk in? Voor 't eerst voelde hij zich vol verwondering om het feit dat er nergens een trap was. Tot Oom drong dat natuurlijk niet door. Maar hij zou er aanstonds dadelijk op wijzen; ze moesten zien zoo gauw mogelijk op de een of andere manier een ladder te maken.

Hij klom met moeite in de schuine balken op — wat was dat kreng nog hoog, tweemaal hun huis — en werkte zich zoo in de top. Er zat een deur in met een luchtgat, op 't zuid*oosten; van binnen leek het wel het ruim van een guanoschip. Hij merkte er een kist — zeker met de seinvlaggen: zwaaien met de zwarte vlag: red

onsl 's nachts met een roode lantaren; de zwarte

vlag stil omhoog: hier is een lijk aanwezig

Hij dacht er toch wel even over na. Geen dokter om hun te helpen, geen gelegenheid om een gebroken arm of been te zetten. Dan zouden ze moeten seinen, 't Was maar goed dat An en hij niet getrouwd waren — brrrr, hij griezeWachte om de inval — en een kind verwacht*

ten dat zou óók een historie worden! Kalm be*

schouwd, zat je hier toch wel bliksems primitief. Hij betrapte er zich op dat*i zich afvroeg „hoe lang nog?", op een manier alsof *i naar verandering verlangde. Al dat gewoon op onbewoonde eilanden had z'n nadeelen. Hoe zou 't gaan als de najaarsstormen kwamen? Gelukkig zaten ze dan binnen met z'n drieën. Maar misschien kreeg Oom tegen die tijd wel in de knikker om een betere plaats om te rentenieren uit te zoeken. Was die

Sluiten