Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

222

man misschien niet gevaarlijk krankzinnig? Wie kon weten wat er in 't verborgene bezig was te komen? 't Was maar beter het heden te genieten zonder na te denken. Leve de zorgelooze vrijheid in deze mooie da* gen! Zag daar die zon es aanstalten maken om onder te gaan: 't was haast angstig: de heele vlakte laaide bloed* rood, zooals een Hongaarsche poesta er wel uit moest zien.

Maar intusschen kwamen ze nog altijd niet. Hij zag wel zwarte dingsigheidjes langs de kust, doch dat zou wel aanspoelsel zijn. Hij had de kijker niet. Liepen ze vlak langs het water, dan waren ze door de laagte ook minder goed te zien; trouwens hij verwachtte ze niet van die kant. Zoo bleef*i nog een poos van de hak op de tak zitten denken, starend beurtelings naar de leeg* bloedende zon die schrille gloeden over de woestijn joeg, en over de schijnende, mild*blauwe zee, die zacht deinde en zomersch geruisch langs de rand deed ontstaan en vergaan, ononderbroken. Een roodbruin zeil stond er op, een heel eind af. Vreemd, dat zoo'n keizerrijken groote, machtige zee hier ineens ophield. Op zoo'n laag strand.

Wanneer de zon, dof als een afgewerkt vuurwerknum* mer, met een versnelling was weggezakt, daalde ook Theodorik en ging de groene scheepslantaren vullen, die hij dan, na nog eens uitgekeken te hebben, aanstak en aan een lange bamboe hing, welke hij door het dakven* ster in de hoogte zette. Nu konden ze in elk geval het huis vinden. Want voor de hoofdrichting had Oom een kompas bij zich.

Ongerust voelde hij zich niet. Zou maar es wat voed*

Sluiten