Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

232

van verhalen; hoe Meester Geert's geest nawerkte over* al, hoe overal doordrong het groote besef van de een* zaamheid van elk leven, ook midden tusschen voor* spoed, vriendschap en hef de. Hoe minderen en meerde» ren zich rekenschap gingen geven van het doel van het bestaan, en de angst groeide over het lot na het sterven. Of het leven wel zoo goed als mogelijk was besteed! Er verschenen overal boetpredikers in de straten, en we* zen er op, de pastoors in de kerken wezen er op, de nieuwe geschriften wezen er op. De dwaze alledaagsche wereld te verlaten was het redmiddel, de noodzaak om de ziel gaaf te houden. Zelf alle geringe dingen te doen om het lijf in stand te houden, en verder in zelf doorken» ning op te gaan om zich sterk geestelijk te verdiepen en

in aansluiting te raken aan het Goddelijke Zoo

hoorde hij de ander als in gepeinzen spreken, toen hij door gejouw werd opgewekt, bedreigingen, niet goed verstaanbaar, 't Gold hun — boerenarbeiders deden het, tegen de voerman: die moest de lollaard in het water gooien! Brinckerinck glimlachte pijnlijk: hij raakte aan dat schelden wel gewend, zei hij wat treurig. De tijden werden rijp voor ondergang: het volk was opstandig tegen de landheeren, en onder leiding van de lagere geestelijkheid vervolgde het de hooger denkenden. Ook daardoor wies het aantal kloosterlingen aan. En weer verzinkend in gedachten, werd zijn stem eentonig onder 't voortvertellen.

Schuin vóór hun rees een nieuwe toren op. En tus» schen 't groen vandaan dan ineens de kerk, én een grootsch, zwaar, vierkant hoofdgebouw van 't klooster. Van twee verdiepingen, opgrauwend in de zon. Dan

Sluiten