Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

238

ze had blijkbaar een erge neusbloeding gehad in 't heete droge zolderhok, ze was van voren heelemaal bemorst. Ze had de wachten met een steen gegooid.

Brinckerinck kon niet langer blijven, de Deventer wagen stond al voor. Hij noodde Deodaat mee terug te rijden. Ze heschen zich er in, en zwegen in de middag* zon, terwijl de wagen knierde door het mulle zand. Ze

suften in tusschen waken en slapen dacht Theo»

dorik dat hij het vroeger wel goed had gedroomd: de wereld te ontvluchten op een afgelegen eiland. Hij knikkebolde na,en dommelde. Werd dan door de keien van de Brink grof wakker gebokst, keek droomerig rond, dan ontzet scherp — en zag zijn zolder om zich heen, hoorde de zee.

Toen hij wou opstaan, bleef hij even overeind zitten in bed, de armen om een opgetrokken knie. Nadenkend over die meisjes; over de meisjes; dan over An. Hij zag het nu ineens duidelijk in, dat ze zich offerde. Dat ze haar jonge leven gewoon wegschonk aan Oom, die het verbruikte zonder het te merken. Hij wist haast niets van haar innerlijk,maar zij moest toch ook een binnen* leven hebben, met verlangens. En bij Oom was daar nooit wat van terecht te brengen. Ze was een lievevHij zou voortaan wat hartelijk voor haar zijn.

Het werd een dag van God en Jezus. Er was zóó'n zonneovervloed, de zee schuimde en golfde zóó schitterend en frisch, er was wat Zuidewind, dat Theo* dorik zich heel de dag er verbaasd over voelde, 't Was of*i zijn gewicht verloren had, of*i alleen maar zwevende ziel was, vol vreugde drijvend op de lucht,

Sluiten