Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242

van binnen uit, door overvol te zijn van zoet zacht vocht: hij proefde druiven, voelde druiven smelten in zijn met het water uit de regenbak niet te bevredigen mond. Maar de zon bleef buiten onverzettelijk schijnen; hij kon de onmeedoogend witte lucht zien "door het raam en ook door 't dakvenster aan de andere kant, niet wit van wolkpluis, als hij eerst dacht, maat van hitte wit. 's Avonds betrok het werkelijk. Een onweer of een regenbui in aantocht? Er kwam een koele windvlaag door het open raam. Er was een hoos boven de zee te zien, zei An; de staart van een wolk met donderkoppen hing in 't water, een zware piasbui viel in zee niet ver van 't strand vandaan. Een aantal dagen lang viel elke avond zoo een regenbui in zee, terwijl hij er naar smachtte.

Wanneer hij dan volstrekt geen hinder van zijn hoofd meer had, maar rug en schouders stijf als vastgeklon* ken, ondernam*i het zich bij de trap neer te laten zak* ken en in de kamer op een kistje te gaan zitten, voor* over, met het hoofd in de handen, de ellebogen op de knieën. Er scheen wel beterschap te komen: een krie* beling, een jeuk deed zich op de schouderbladen voelen, die An verrukkelijk kon stillen door er langer en langer met talk te wrijven. Ten slotte lieten heele lagen vel los: als groote dunne vÜezen dof*grijs vloei.

Hij had nu alle tijd om na te denken, om rustig waar te nemen in het klein vertrek. Oom was meestal op pad; die was het nooit te heet om de woestijn in te trekken onder zijn witte yachtpet; hij deed in 't laatst weer erg bedrijvig, haast onrustig. An zag hij van nabij het werk doen; waar diende al het dooie werk voor

Sluiten