Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

243

waar ze haar krachten aangaf? wist ze wel dat ze leef* de? Of wist ze niet dat ze niet leefde? Ze leek hem anders wel natuurlijker dan vroeger, en wat dieper. Te* voren had haar voorkomendheid hem meer plichtmatig aangedaan; zeker nu ze hem beter kende was die wel echter en meer gemeend geworden. Het bleef in elk geval een ietwat zielige vertooning, zooals zij werkte voor Oom met z'n gekke grillen, terwijl haar beste jaren omgingen. Ze kon toch beter een betrekking zoeken; als ze Oom ging verlaten, moest die meteen

van 't eiland af. Wat zórgde ze voor Oom en hem

er groeide deernis in hem; dan wou*i met de schou* ders wrikken om het af te schudden — hij kreunde van de pijn. An hoorde het en kwam uit het keukentje aanloopen. Als ze hem daarop wreef, zuchtte hij van weldoende verlichting.

Toen hij nog verder aanbeterde, dwaalden zijn ge* dachten meer en meer van hemzelf af naar haar. Ze was toch niet onknap met haar alledaagsch gezicht van blauwe oogen en voller wordende wangen; gezond en bescheiden vriendelijk zag ze er wel uit. Als ze zoo met hem bezig was en hij omkeek op haar bruine mol* lige meisjesarmen, drong het heel goed tot hem door dat de één of andere jongen haar wel zou willen. Hij* zelf was jong en sterk*gezond, hij kon de armen zoo maar om d'r heen slaan. Of nee: dan zouden zijn schouders pijn doen. En hij voelde er ook totaal niets voor. 't Was ook naar van 'em om zóó te denken; zij, die nergens erg in had en zoo alles voor 'em over

had Hij wou es aardig voor d'r zijn; niet op een

kinderachtige, sentimenteele manier hij zou es met

Sluiten