Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

251

hoopen kalksteen, balken en posten, en planken wagen» schot. Een nieuw generaal*kapittel was ontworpen voor de vele bezoekers die er hoe langer hoe meer te logee» ren kwamen, in retraite, legde hij hun uit: een halfrond met groote glazen vensters, uitziende op het westen. Onder de leiding van een bouwmeester begonnen ze er aan.

De heele middag werd er in de warmte hard gewerkt. Op één moment hadden allen om Deodaat ge* staan, terwijl er één gezegd had: hij hoorde hier niet: hij sprak van „D éventer" in plaats van „Dèwnter". Theodorik had daarop een houtje te voorschijn gehaald, als bewijs dat»i door een tol gekomen was, en had snel voortgemetseld. De ande* ren hadden daarop gezegd, men kon wel zien dat hij veel had gebouwd, dat hij gewend aan groote metsel» werken was. Dit had hem buitengewoon plezier ge* daan, en nu was hij volop in de weer: zelf kalk en zand en water mengend, sjouwend met morteltroggen en met steen, met het handvat van de troffel de steenen op gelijke hoogte stootend in de kalklaag, soms som* mige door midden klinkend, en dan de nieuwe steen* laag dik smerend onder kalkpap. Zijn muurstuk werd een zwaar brok balustrade, veel forscher als bij de anderen: zij gingen moeren en hem dreigen: hij ver* pestte 't voor de kameraden, hij presteerde veel te veel! Eén hield hem eensklaps de bemodderde klomp tegen de kin, Theodorik tastte met één hand voorzichtig

achter zich, zacht wijkend voelde een spade

en zwaaide die ineens met een ruk en een wilde vloek naar voren, om hem de hérsens in te slaan, maar

Sluiten