Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

263

gaan.... 't was nog geen nacht — Oom zou zich heb* ben verrekend met de tijd, of dat het 'em niks kon schelen.... hij kon loopen op 't kompas, of langs de zee — de lantaren stond toch boven 't huis?.... Maar 't zou in elk geval de laatste keer zijn datd zich dat kon permitteeren. hy' An schonk weer koffie in. Ze beefde. Begon dan zacht te praten, beheerscht haar stem: ze moesten maar met een lantaren uit, misschien waren zijn -sporen nog te vinden. Hulpmiddelen meenemen voor elke mogelijkheid: bamboes met touw als een soort draag* baar,.... water en eten.... verbandstof uit de huis* apotheek. Theodorik werd het bij dat opsommen wee om het hart — hij had ineens een vizioen waard van schrok, dan overstroomde van medelijden: hij zag Oom liggen op het zand, zijn geel gezicht met de gladzwarte kroesjes van het ringbaardje naast zijn witte yachtpet. Die indruk was zóó sterk geweest, dat hij ver onder in zijn binnenste de overtuiging zich voelde vastzetten dat het met Oom gedaan was. Met de hersens hoefde hij er niets van te gelooven: hij ging, ook kalm en zacht, An uitleggen dat hun zoeken dwaas zou zijn: net van huis, kon Oom er in terug* keeren; de sporen waren natuurlijk al lang met stui* vend zand bedekt; zelf hadden ze al een groot eind geloopen en nergens wat bemerkt: ze zouden dus nog veel verder moeten gaan zoeken, en dat in de nacht! En eensklaps krijgend een ingeving van hoop: hij was wellicht de richting kwijtgeraakt en zag het groene Ucht niet door de afstand.... hij wou de dag afwach* ten om de bamboestaken te herkennen die ze geregeld

Sluiten