Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

268

klein en flauw, onophoudelijk duidelijker dansend en verdwijnend, beurtelings dubbel staande en tot één samentrekkend, en hitteswemelend met een spiegel* beeld, veel scherper dan de kaap zelf.

Theodorik vroeg wat er nü gedaan moest worden. Ze konden met een boog langs het strand terugloopen, maar dan? Het leek het beste, naar een klein schip uit te kijken, een visscherman, en die met vlagseinen te roepen. Dan kon ten overvloede nog eens een grondig onderzoek worden ingesteld — en dan konden ze over* leggen of ze de bank zouden verlaten....

Ze brak haar eenigszins treurig staren getroffen af — vroeg, licht verwonderd naar hem opziende, of hij er werkelijk dan over dacht hier nog te blijven?.... zoodra dan volstrekt Was vastgesteld dat Oom er niet meer was?

Hij maakte een besluitelooze handbeweging, wou niet partij kiezen. Er wel naar overhellend om te gaan, wou hij de onbeperkte vrijheid van hier1 het verblijf niet als bij voorbaat wegwerpen.

Even Was ze stilgebleven. Dan legde ze de hand hem op de schouder, smeekend de blauwe oogen, zacht zeggende:

— Niet één nacht meer op dit eiland, als het kan. Niet één nacht meer als deze, asjeblieft....

Hij knikte met een troostend lachje, bemoedigend* toegevend, voorstellende te keeren. Nog eenmaal lieten ze de kijker de ronde doen — en gingen. In de zon op naar 't zuidwesten, de kaap niet uit het oog verliezend.

Ze waren langs het water thuisgekomen, versch

Sluiten