Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

271

den, ze langzaam zwaaiend heen en weer, de blik ge» richt op de treiler. Die stoomde zachtjes voort midden Op de golvenvlakte; een blank veld water tusschen hem en 't strand, een vager tusschen hem en de horizon» Zijn richting leek nu toch wat anders, evenwijdig aan de kust. Als dat zoo door bleef gaan, passeerde hij hun» Hij veegde vlugger met de vlag de lucht door, het' gierde en zwiepte, hij sleepte het doek door de tegen» werkende lucht als door water, dweilende van kant tot kant, met een ruk zwenkend aan het eind. Haast was«i z'n evenwicht kwijt geraakt — zweette van schrik — en deed wat slapper verder, in gedachten schreeuwend tegen het bootje» Dan zag hij eenige keeren witte stoom bij de pijp opstijgen, en daarna klonken een paar verre, zwakke brommen. Ze hadden hun be» merkt, ze koersten hier op aan! Eerst nog een poosje rechts houdend, misschien een stroom vermijdend. Dan met een boog naar hun toe.

Hij was snel naar beneden geklauterd, grijpend An bij de arm, huppelend; daar komen zei daar komen zei Zij toomde hem met een rustig«blije, verernstigende blik: het was nou geen tijd voor vreugde. Hij wilde dat wel met haar eens zijn, en liep alvast naar 't water.

Het scheepje naderde nu vlug. De bemanning ver» zamelde zich op het voordek. Steeds duidelijker wer» den de onderdeelen zichbaar. Ten slotte onderscheidde hij in 't primitieve bruine stuurkastje de schipper aan het rad.

Men scheen niet verder door te varen. Er werd een vlet buiten boord gezet, even later maakte die zich los van 't schip, als om een afzonderlijk leven te beginnen.

Sluiten