Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

278

Vier donkere popjes zaten aan de riemen, mannetjes achter elkaar in zee, zoo laag was de vlet.

Ze hopten in de branding, zich werkend bij de hoogte op — de zwarte boeg stak uit — en glijdend in het dal: de man aan 't roer was de hoogste. Totdat ze schoven op het zand. Aan elke kant sprong er één uit, duwend de boot naar voren; de andere twee volgden, nemend de ankerketting op de nek. Zoo trokken ze hun vaar* tuig hoog op 't strand, begroetende Theodorik in 't Engelsch. Een koopman*achtige met iets heerigs en een sportpet op maakte zich bekend als reeder en als de schipper van de Deensche treiler Torrelfred.

Theodorik voelde zich ineens staan tegenover een zakenman — er moest nu zakelijk gehandeld worden. Hij zette zijn geval in 't kort uiteen, onderwijl uit de physionomie van de ander zich een oordeel over hem vormend. Zijn knevel was roodbruin en hard, zija oogen onmeedoogend blauw; zijn kop wreed geschoren tot drankblauw, streng geknipt — uit alle macht be* werkt om er een heerenhoofd van te maken. Hij leek van afkomst wel een slager.

Er werd contract gemaakt voor zoeken tot zons* ondergang. Een vaste som, met hooge premie voor het aanbrengen van Oom. Vernemend dat ze Hollanders waren en nog in twijfel stonden te vertrekken, ver* klaarde de ander in IJmuiden te gaan markten, hun overtocht aanbiedend. Hij had ook laadvermogen voor

bagage ried aan, datgene waarvan de waarde de

vrachtprijs flink overtrof mee te nemen. Theodorik zei er over te zullen denken. Het viel hem mee dat de man zijn verwondering en persoonlijke verwerping in

Sluiten