Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

273

zake hun verblijf op de zandbank niet te kennen gaf; wellicht had hij niet genoeg Engelsch ter beschikking om zich subjectief uit te drukken. Theodorik noodigde hem in huis en stelde hem aan An voor, legde hem de situatie van hun eiland uit. Praatte daarop met haar, waarna het aanbod van de overtocht werd. geaccep* teerd. Het speet hem danig nu 't plotseling zoover was, maar blijven ging toch ook niet langer. De Deen gaf order met de vlet terug te roeien en de groote sloep, met het gros van de bemanning, te halen. An ging de huisapotheek nakijken voor brandewijn.

Wanneer de sloep er was en bij de drie man van eerst drie nieuwe zich vertoonden, in grove donkerblauwe wollen truien met borstkwasten, ouwe verschoten mutsen over hun schrale koppen, ringetjes in de ooren — Waren de rollen gauw verdeeld. Twee kerels werden de richting uitgestuurd die Oom gegaan was, het wes* ten, en moesten langs de zuidkust terugkeeren. Twee anderen kregen opdracht naar het noordwesten te loopen en terug te komen langs de oostkust. Ze hadden een uur of zes de tijd, maar moesten er vaart achter zetten; kregen kompas en kijker mee. De reeder zou zelf met twee helpers voor het inladen zorgen — de treiler werd dichterbij gewenkt, bij de plek waar het galjoen gelost had.

De heele middag waren zij vijven in de weer met uitkiezen en sjouwen. De meeste rest van de levens* middelen moest achterblijven, en al het oude van het meubilair. Het verbaasde hun dat er zóóveel in hun huisje een plaats had kunnen vinden. Het was iets pijnlijks al dit vertrouwelijke af te breken; bij An

18

Sluiten