Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

288

wilden Wos en Anjes naar huis gaan, maar Theodorik en An drongen er op aan dat ze bij hun zouden blijven theedrinken en bij lamplicht hun kamers beschouwen, die Anjes een beetje had helpen aardig maken door met kleurige doeken de kale indruk van het meubilair van de Wodansbank weg te werken. Ze zaten nog een heele poos te praten, eer de vrienden afscheid namen. En daarna was het bedtijd. Het was een oase van ont* spanning in de rij van materialistische zwoegdagen geweest; ze waren kostelijk tot rust gekomen.

Deze nacht, voor 't eerst weer sinds ze hier terug waren, kreeg Theodorik, An in zijn armen houdend — voordat hij insliep, had zij het bewustzijn al verloren, haar borst welvend op en neer tegen de zijne — een droom. Hij deinde op en neer op het water, in een sloep; een lange donkere gestalte, twee maal een men* schenlengte, stond achter hem aan 't roer. Hij keek

omhoog in 't magere gezicht Oom! Hij stond als

een verdronkene; het haar geplakt, de kroesbaard grijs geworden. Wijzend met een lange vinger voor zich uit. Daar naderde een zandbank over«snel, er op een mid* deleeuwsche handelsstad met kerken wazig blauw — 't was Torken Tar. De sloep Verloor de vaart tegen een kloosterpoort. Die langzaam open ging. Theodorik verhief zich .... schreed naar voren. Schreed lang» zaam dan naar binnen. Zwaar zakte de poort achter hem dicht.... zat gesloten.

EINDE

Sluiten