Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIEN JAAR GELEDEN.

TERUGBLIK. *)

De redactie van het maandblad De Kroniek, dat, naar nuj dezer dagen tot nujn verrassing bleek, reeds volle tien jaar oud is, verzocht mij ter gelegenheid van dat blijde feest om een artikel. Ik wil dus mijn best doen hier enkele herinneringen, zooals ze in mij opkomen, te farmuleeren, herinneringen uit een wel ontzaglijk ver verleden! In waarheid: zóó ver weg lijkt mij dit nevelig verschiet, waarin ik een jong dandy-like enthousiastje, dat onmiskenbaar bepaalde trekken met mij gemeen heeft, door de tuin zijner prille lente-droomen zie dartelen, en zóóveel is er sedert in mijn leven (en in het Uwe, oude, getrouwe Kroniek-lezer) aan zwaarwichtigs voorgevallen, dat ik het gevoel heb voor deze luttele mémoires uit een vorig, of vóór-vorig bestaan te moeten putten, een bestaan (lijkt het U óók niet zoo toe?) waarin alles wel héél veel lichter en luchtiger was, wellicht omdat God en Schoonheid toen nog voor ons in bepaalde dingen en bestaansvormen waren gelocaliseerd en het leven ons nog niet had geleerd (en hoe hardhandig!) ze achter elk levensding te zoeken en te verheerlijken.

Als ik nuj wel herinner ontstond het idee voor dit blad op een Woensdagmiddag toen het jongmensen, waarop ik zooeven doelde, beu van „studie" en bloedelooze theorie, en sidderend van verlangen het „volle" leven te omarmen, van een vergeefsche poging om „in de petroleum" te gaan in de woning van zijn tantes was teruggekeerd, en daar, bijkans gedachteloos, en geheel spelenderwijs, een ontwerp voor een nieuw Hollandsen blad (so etwas me Dagewesenes!) op de achterpagina van een Latrjnsch dictaat-cahier schetste. Die schets viel verrassend goed uit, zóó goed, dat het leven van den jongeling (en zijn bank-

*) In „De Kroniek", Augustus 1924.

Sluiten