Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

II.

Lieve Jo,

We hebben dit jaar dat we getrouwd zün gemerkt, dat onze sexueele gevoelens uit elkaar loopen. Ju bent een te „volkomen" man voor mij, om mij zoo maar, zonder meer, te nemen. Ik ben nog lang geen volkomen vrouw en kan er dus niet in meevoelen. Ik leef nog heetemaal, zooals jü dat noemt „in een bepaalde, heel groffe sfeer", want daarin alleen wéét ik, dat ons huwelijk geen leugen is. Also is het een wanhoopige toestand.

Voor mij is ons samenzijn (in die „bepaalde, groffe sfeer") een zaligheid. Als niets anders ter wereld. Voor jóu... een viezigheid. Omdat het niet met een „heilige bedoeling" is? Ik hoop nooit zóó „geesteüjk te groeien", dat ik dit óók eens zoo ga zien! En hoop, dat die hartstooht, die ik alléén bij liefde voel, nooit zal verdwijnen.

Adieu! Het ga je goed. Ik zal steeds van je büjven houden. Als ik je maar lang genoeg niet meer zie zal dat „onzuivere bijgevoel" wel verdwijnen. En kan ik rustig aan je denken. Stort jóuw hartstocht bij „alle andere vrouwen"... Wat je immers wèl kan...

En weet dan: dat ik alléén daarnaar verlangd heb:omdatikvanjehieldenhetvoormijliefde

insloot.

P.S. Zeg Mevr. C, dat ik niet mee ga. Als je het niet doet schrijf het mij dan. Anders zou dat weer het eenige moeten zün waarvoor ik je „lastig zou moeten vallen". M.

Sluiten