Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31

troos (de Parüzenaar komt zelden vérder dan deze lichte graad van intoxication), waarin de Franschaman zün collega op de vriendelükste wüze alle historische mdsdrüven verwüt, welke diens Engelsche vaderland jegens Frankrük in den loop der eeuwen heeft bedreven en hem tenslotte (wat veel erger is) de waarheid zegt over de Londensche „poules", die géén „poules" zü'n, maar gemarineerde haringen of iets dergelü'ks. De proloog van deze revue, veel minder „Parü'sch" dan die van „la Cigale", „Mayol" en overal elders, laat ons den laatsten Parijzenaar zien, door Diogenes, op een wanhopige pelgrimstocht door Russische Spaansche, Engelsche en Amerikaansche cabarets, ontdekt. De revue zelf, „Coeurs en folie" is méér dan overdadig en vermoeiend. Uit de 40 tafreelen noem ik slechts de machtige apothéose „La couronne impériale", een visioen van den Premier Consul, waarin de spü'len van den keizerskroon worden gevormd door naakte meisjes op een fond van gloeiend rood fluweel; „Parijs onder het Directoire", en „La Légende du Nil", waar een amourette van de Sphinx wordt gestraft met den dood van een menigte vrouwen, die zich voor onze oogen helfhaftig in het blauwngroene Nnl-water verdrinken. Dit alles is van een rijkdom en een verfüning, die de lange lüst van componisten, régisseurs, en medewerkenden vóór in het Fransch-EngelschSpaansche programmaboek wel rechtvaardigt. „Tooneel" is er hier op het oogenblik nauwelüks, of het moest zijn „La Nuit tragique de Raspoutin", het laatste hyper-realistische gruwel-stuk van de „Grand-Guignol", waar ik niet naar toe ga omdat de stemming op het oogenblik, in een stad vol zonneschijn, vlaggen, sport en muziek, zich daar ten eenenmale tegen verzet. Bijna alle andere theaters hebben „relache" (waarbü het gerucht gaat, dat de „Vieux Colombier" voor een heel jaar gesloten blü'ft), en wat er aan oude parade-paardj es te voorschijn is gehaald, kan men te Amsterdam óók zdèn; „1'Ane de Bouridan", „De 28 dagen van Clairette", enz. Noch radorable Pawlowa noch de Fratellini treden op. De laatsten kampeeren waarschünlük, naar de mode van dit jaar, waaraan ook Sacha Guitry en Yvonne Pimtemps zich reeds onderwierpen, in het Bois de Vincennes. Wat Cocteau's befaamde cabaret „Le Boeuf sur le toit" betreft, het is voor de eerstvolgende maanden naar St. Cloud overgeplaatst, wat de Parüzenaars doet zeggen, „que

Sluiten