Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42

Zal ook óns huis in de witte stad der toekomst staan? Eergisteren hebben we het opgebouwd: zeven menschelüke jaren van redeneering en woordenstrijd, waarin alle oude waarheden onder den moker onzer toetsende analyse bezweken en de „nieuwe" ideeën zich schenen te voegen tot een heerlijk monument, waren niet voldoende om de stem van de Nemesis der erfelijkheid, daar diep in de kelders, te versmoren; gisteren hebben wy het afgebroken: steen voor steen (en wélke „richting" was niet vertegenwoordigd?!) is neergesmakt onder het hoongelach onzer onverzadigde, nooit-erkende driften; heden staan we: jü als een richter Gods, ik in de valsche positie van den martelaar, die „offeren" moest, voor de bloot gewoelde fundamenten, waar onze ongepaarde menschelükheid onder het blanke dek der hemel-bestormende idealen naar binnen toe bleek te zün verrot.

Heb jü den moed opnieuw te beginnen? Laten we ons dan naast elkaar leggen als twee naakte kinderen Gods, vrageloos. Laten we dan alles wat we buiten onze woning meenden te houden door het op de schouders van anderen te wentelen (al deze moreele en economische gebreken) met open armen inhalen. „Zie Hef", ben ik bereid te bely'den, „ik ben als alle anderen, minder dan zy: ik ben óók onanist en paederast, nüjn begeerten zijn grenzenloos en nameloos, onder den druk van nüjn steriel idealisme tot monsters misvormd, en een heilige was ik slechts als reactie op jou, die een „demon" dreigde te worden in natuurlijke reactie op myn vooze verhevenheid, zoo de God der Tyden niet zélf dit blank gebouw van grondelooze hoovaardij met den bodem had gehjk gemaakt. Heb jü moed? Ontvang dan myn laagste lusten en heilig ze in je liefde of brand ze weg met je afkeer. Maar ken en aanvaard ze, mün Hef, als God zelf, in den eenigen biechtstoel, die ons, godsdienstloozen, overbUjft: het lichaam onzer Hefde.

En bekommer je niet om het huis, dat hierop misschien verrijzen zal. Wat menschen kunnen doen is het leggen der fundamenten. Het .huis bouwt Hü, die de keten der eeuwen smeedt, en het zal verrezen zy'n, sterk en onaantastbaar, in deze wereld, op het moment zelf, dat onze erfeHjkheidsschulden zich aan elkaar hebben beleden en de liefdestrüd van deze beiden met open vizier is beslecht.

Sluiten