Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53

Hart. — Ze vluchtte immers juist voor déze overmachtige begeerte. Ze wilde je verlossen door de macht van haar trouwe

liefde Je hebt erin geloofd, toen je jong was Je hebt

erin geloofd, zooals je in je moeder geloofde, en in al wat goed

en eeuwig is in dit leven vanzelf omdat je móest

Je hebt je aan haar gebonden door een heilige eed, die je aan God zelf deedt: de zilveren draad, die je bestaan aan het Eeuwige verbindt

De Rede. — Maar je bent nu vrij. Ze is immers weg. Haar heengaan heeft je van dien eed ontslagen

Hart. — O, Zink niet weg, nüjn god en nüjn wereld, in dat pülïoos duister, waar ik je nooit meer terug zal vinden. Ik ben zij, je hebt geen ander hart dan dat wat je koos, je hebt geen

andere liefste dan je eigen zingende goden-hart Luister,

luister toch naar nüjn woorden, hef Ik zing je den hemel

in En onze liefde heeft geen bittere nasmaak

Begeerte (schaterend). — Druk op die bel Het is best

daarbinnen, zoet, donker-rood. (Hü buigt zich heet-fluisterend diep over den gehoorgang).

De Rede. — Waarom niet? Bevrüd je gedachten van den drang der onrust. Een korte maagdelüjkheid is de belooning, een prille, witte ruimte waarin je vrij scheppen kunt! O, dichter, waarin je vrij scheppen kunt! En wat daarna komt

Begeerte (schatert). — Ha-haaa! Komt dan schimmen en laat je gelden! Herovert toch dit pand onzer vaderen

Hart, — Helpt, zustertjes, helpt Kom dan toch, Herinnering, kom toch Geloof en Dichterschap Ons goden-kind

zal in zich-zelf verdrinken!

(Herinnering, Geloof en Poëzie, in hcht-kleurige kleedjes komen den duisteren gehoorgang met heur sluiers beschutten).

Traditie (tot zün troepen). — Halt! Fanfare! (Een fanfare schalt. Enkele figuren maken zich los uit de zwarte drom en treden naar voren).

Eerste voorvader (in groteske negerdracht). — Een krijgsdans! (wüde extatische krijgsmuziek). Danst, zonen van onze

fiere stam, slaat de speren op de schilden, dat het schalt

Viert uit uw heldhaftigen aard in dans en krügsgetier, dat alle schichtige demonen wijken, en alle laffe vü'anden, bleek van schrik uw oppermacht erkennen! Danst, tot uw adem u begeeft

Sluiten