Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

61

schildersatelier. Men had mü gezegd, deze cursussen toch vooral te gaan volgen, om (een wel dringende behoefte bij de meesten onzer eenzydig „artistieke" kunstenaars) „exact te leeren denken". Dat bleek niet te veel gezegd. Daar, te midden van de bonte atelier-studies van Ernst Lenden, naast het sobere schoolbord, waarop hü zü'n Kosmos in cirkels en ellipsen schetste, werd de kleine man, al sprekend, in vurig debat vaak met obstinate Hegelianen of Theosofen, zienderoogen gróóter, gebaarden zijn kleine, levende handen de woorden, die zajn stem in hun oorspronkelyke signifische, waarde voor ons deed opschitteren. Want dit was het wel, wat ons destüds het meest in Schoenmaekers' betoogen frappeerde en onze belangstelüng voortdurend levend hield: die oude, büna versleten woorden, die hü als fijnzinnig kunstenaar zorgvuldig uit de stoffige kelders van een slordig gebruik had opgediept en die hü, als exact denker, in hun volle beeldende waarde schikte tot zinnen, waar „geen speld was tusschen te krijgen". Zód zü'n groepen van „tegendeeligheden" als: „mnerhjk en uiterhjlk", streng onderscheiden van „inwendig en uitwendig", zün vaak gebruikt „gelden", „strikt" en „volstrekt", wat zoo véél meer zegt dan het veelvuldig gebruikte „absoluut". Dit beeldend vermogen stempelt dr. S. dan ook buiten twüfel tot een onzer voortreffelükste letterkundigen. Wat zün filosofisch „systeem" betreft, waarover een uitweiding hier *) minder op zy'n plaats zou zün: men kan daar verschillend over denken, gelijk over alle „systemen". Zeker is, dat het voor velen onzer een „sleutel" werd, waardoor we het levens-mysterie beter vermochten te beluisteren, het Leven, dat, gelijk S. het zoo treffend formuleert, „immers geen serie knap-gestelde probleempjes is, die we op vernuftige wüze hebben „op te lossen", doch wel degelük een „mysterie", dat niets Mever wil dan zich aan den devoten en onderscheidenden luisteraar in al zijn (grootschheid te openbaren." Voor nüj persoonlük werd het bovendien eerst onlangs duidelük, dat men b.v. de bekende mutatie-sprong-theorie van Hugo de Vries niet beter kan „zien" en, voorzoover dit mogelük is, voor zichzelf „verklaren" dan in het ücht van Schoenmaekers' kosmische verbeeldingen.

* * *

*) In het dagblad „De Telegraaf".

Sluiten