Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

67

anderen, die zich geeuwend oprichten en mistroostig in den killen nacht blijven staren, dan wrevelig opstaan en onwillig wegslenteren. ik hoor, in mün onnüddelüjke nabüheid een schorre

stem, die een „kennis" wekt: „Hé Jan het regent "

en dan, als een vertroosting, iets van „oubakken brood."

Ze wandelden even later samen langs me heen, loerend over m'n kleeren en schü'ndichte oogen, en zóó „louche" lijkt me dat stel onder deze omstandigheden, dat ik meteen overal onraad meen te bespeuren en óók maar m'n biezen pak.

Waarheen gaan deze zwervers als het regent?! Ik zoek en vind onjniddellük het antwoord bü me zelf, waar ik, als instinctief, naar een portiek loop, dat in ieder geval beschutting biedt tegen het nu neergutsend hemelwater. In een stoep „mag" je echter niet slapen, daar Vindt de zwerver geen rust en aldus (ik wil het ayontuur nu tot het einde toe beleven) vormt zich in mü het volgende plan: om vü'f uur begint de groentenmarkt in de Marnixstraat. Daar zal licht en leven zü'n, en ik zal er me te rusten zetten op éen van de diepe stoepen van het „Amsterdamsen Tehuis voor Arbeiders", precies of ik „erbü"

hoor en alléén maar wacht laten we zeggen tot de snijboonen

of de tomaten aan de beurt zü'n.

Wat een lugubere tronies zü'n we op dezen weg, om halfvyf in den nacht en in de omstreken van ons keurige Leidscheplein niet tegengekomen! Als heer gekleede, maar broodmagere, bleeke skeletten, huiverend in hun schamel colbertje, boevengezichten, zuigend op zelf-gerolde sigaretten, kromgegroeide zwervers op doorweekte pantoffels kleffend op het natte asfalt; sommigen rusteloos voortsjouwend van stoep tot stoep, angstig luisterend naar den naderenden stap van een agent of nachtwaker, anderen schuw ineengedoken op de banken van café „Parkzicht", „beschut" door een uit-stekend stukje pui van enkele centimeters.

Maar daar, in de Marnixstraat, is het plots licht en fel bewegen. De booglampen flikkeren aan, de eerste karren komen ratelend uit de zwarte straatspelonken, er is gepraat, gelach zelfs, en het geknars van geopende kelderdeuren.

En daar, in het veilige leven, beschut door nüjn masker van kwasi-foelanghebbende, in een zoetige geur van natte groenten en gekneusd fruit, heb ik toen inderdaad... geslapen, twee minu-

Sluiten