Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

71

hadt! Zooals de Hagenaar zegt „eet roggebrood uit je zak, maar hou je fatsoen."

„In dien tjjd was het ook, dat ik mjjn vrouw ontmoette. Dat was op een avond toen de Amsterdamsche kermis officieel was afgeschaft en ze op den Dam daarover zoo'n beetje oproer maakten. Ik was op weg naar huis en hoorde opeens een zachte meisjesstem aan mijn zjj, die vroeg, „of ik haar niet alsjeblieft thuis wou brengen. Ze durfde alléén den Dam niet over". Als een ridder sans peur et sans reproche heb ik haar toen natuurlijk

mijn stoeren arm geboden en haar naar huis geleid, en ik breng haar

nóg thuis!"

„We hebben daarna heel wat gezworven. Bij Prot speelden we operette (met Sophie v. Geijtenbeek als prima-donna): Mad. Favart, De jonge Hertog, De klokken van Corneville, enz. De vijftigste „Mad. Favart" kostte me bijna bet leven. In de derde acte, waar een cancan gedanst moet worden, kregen we bij die gelegenheid in plaats van het gewone „water met bruispoeier" echte champagne te drinken. We waren al een beetje „vroolijk" en op het moment, dat ik op Kelly zijn schouder moest springen, nam ik

mrjn sprong te ver, en kwam over alles heen in het orkest terecht Ik

had bijna m\jn hals gebroken, maar na afloop van de voorstelling kwam Prot me in gemoede vragen „of dat nu een grap of een ongeluk was geweest"!

„Mijn geheugen is altijd reusachtig geweest Op een avond, toen ik

juist voor een gulden „beboet" was, moest ik zonder eenige voorbereiding de rol van den ouden heer Kreeft opnemen. Di deed het zóó goed, dat Prot me na afloop bij zich riep, me ƒ9 cadeau maakte en zei, dat ik nu maar moest denken, dat ik ƒ 10 ontvangen had".

„Nieuwjaarswenschen waren altijd mijn groote liefhebberij. Róssing van het „Nieuws", die toen de toonaangevende criticus was, vond mijn wenschen, die ik voor Prot maakte, zelfs beter dan die van het Leidscheplein. Ze werden voor 15 cent per stuk in de zaal verkocht. Alles wat ik persoonlrjk echter „voor de moeite" kreeg was 2 present-exemplaren.

„Ook op ander gebied heb ik heel wat gerijmeld. Zoo mijn beroemde gedicht op de ham in „Kloris en Roosje". Den eersten avond kregen we die altijd „echt". Ook de volgende avonden was de ham wel „echt", maar mochten we er niet van eten. Ze ging dan van hand tot hand en verdween aldus voor onze begeerige blikken achter de coulissen.

Ik schreef daar eens een spot-vers op, dat in de kleedkamers grooten opgang maakte, maar den dichter ƒ5 boete bezorgde!

Na Prot kwam mijn vrouw bij het „Nêerlandsch" en bespeelde ik met Kreeft en mevr. Buderman den Plantage-Schouwburg, of, zooals men destijds zei: den „Artds-Schouwburg". Sedert heeft men dit theater ten onrechte omgedoopt in „Hollandsche Schouwburg", merkt de heer K. hierbij op. „Waarschijnlijk omdat men meer aan de aapjes dan aan de kunst dacht."

„We speelden daar met een werkelijk schitterend gezelschap (waaronder „de drie K's"). „De Vice-Admiraal" werd o.m. door ons opnieuw gemonteerd en ook mijn eigen operette werd hier met succes opgevoerd: „De Parel van Zaandam", met muziek van Renard. Op het oogenblik wordt de

Sluiten